28. mrt, 2015

Fact sheet revalidatie na patellapeesruptuur met operatief herstel

Peesweefsel is 6 weken na operatief herstel weer zo goed als geconsolideerd.

Chronologische opbouw tot ‘Safe Return To Sport’:

Fase I (week 1 t/m 6): onbelast mobiliseren in extensiekoker met behulp van 2 elleboogkrukken om te zorgen voor een goede peesconsolidatie. Geen inzet op trainingsvervangende arbeid, omdat de revalidatie zeker 6 maanden zal gaan duren en het risico op overbelasting van de onderste extremiteit aanwezig is.

Criteria voor de overgang naar fase 2: bewaken van de reactiviteit: zwelling/warmte/roodheid van het operatiegebied en dus de peesstructuur. Bewegingsuitslag op geleide van pijn.

Fase 2 (week 7 t/m 12): in 6 weken tijd gradueel de belasting van 20% van het lichaamsgewicht tot uiteindelijk volledige belasting uitbouwen. Er wordt veel aandacht besteed aan het buigen en strekken van heup-, knie- en enkelgewricht. Met name het buigen van de knie krijgt veel aandacht. In 6 weken tijd is het streven om naar 90 graden flexie toe te werken. De gebruikte mobilisatietechnieken moeten voor de patiënt ook thuis goed uit te voeren zijn. Een voorbeeld is zittend op een stoel actief de knie buigen met de voet slepend over de grond en licht na duwen met het andere been (3x 6 herhalingen van meer dan 15 sec per dag). Tevens wordt het litteken gemobiliseerd om verklevingen te voorkomen.  Combinatie met belast lopen , inclusief richtingsveranderingen leidt tot toename van de stabiliteit van de knie.

Criteria voor de overgang naar fase 3: volledig belast kunnen lopen zonder loophulpmiddelen; nagenoeg geen afwijkingen meer in het gangpatroon; actieve buiging tot voorbij 90 graden.

Fase 3 (week 13 t/m 19): start met underloaded trainen:

Geleidelijke opbouw van krachtuithoudingsvermogen, gericht op verbetering van de actieve stabiliteit en mobiliteit ten behoeve van dagelijkse activiteiten als staan, zitten, gaan enzovoorts. De  beweeglijkheid van de knie is nu groot genoeg om te kunnen trainen. Er kan gefocust worden op krachtuithoudingsvermogen (kracht), loopvormen (snelheid) en de aerobe capaciteit (uithoudingsvermogen).

Eerst voorwaarts lopen en later pas achterwaarts en zijwaarts met aandacht voor coördinatie. Zwelling en temperatuur zijn de criteria voor herhaling van de vorige stap.

Criteria voor de overgang naar fase 4: 15 herhalingen van basic squats met een belasting ter grootte van het lichaamsgewicht.

Fase 4 (week 20 t/m 24): geleidelijke opbouw van intensiteit, waarbij het aantal herhalingen afneemt en de belasting toeneemt. Coördinatieve vormen, zoals het staan op 1 been op verschillende ondergronden, worden voortgezet en uitgebreid, evenals de techniek van loopvormen op het niveau van aeroob vermogen (95-100% van de anaerobe drempel). Nadruk wordt gelegd op tripplings, toe hops en skippings, met als verzwaring allerlei variaties als voorwaarts, zijwaarts, met ogen dicht. Starten met joggen zodra 90% van de range of motion is behaald en 80% van de kracht weer aanwezig is. Uitbreiding op geleide van nareactie.

Criteria voor de overgang naar fase 5: Links rechts verschillen in omvang van de quadriceps 10 cm boven de gewrichtsspleet zijn verdwenen.

Fase 5 (week 24 t/m 30): Functionele oefeningen worden geïntensiveerd.  Via hypertrofie wordt meer en meer (sub)maximaal kracht van de spieren nagestreefd. De opbouw in intensiteit wordt bereikt via minder herhalingen naar meer kilogrammen. Ondanks het feit dat er juist snel bewogen moet kunnen worden, is de opbouw van kracht een voorwaarde voor verder herstel. Sprongkracht horizontaal en verticaal wordt bepaald. Links/rechtsverschillen van 5% kunnen worden geaccepteerd. Krachtoefeningen uit fase 4 worden gehandhaafd, maar worden uitgebreid met de clean en de 1-benige squat.

Criteria voor de overgang naar fase 6: een maximaal links/rechts verschil in kracht (biodex, hoptest, sprongtest) van 15%; geen zwelling, pijn of mobiliteitsbeperking als gevolg van de krachtoefeningen.

Fase 6 “Safe return to sport” (week 31 t/m 36): variatie in richting (wenden, keren, draaien, stoppen, accelereren). Na negen maanden weer biodex, hoptest en sprongtests. Wedstrijd specifieke snelheid over langere stukken met voorwaartse en zijwaartse sprongen en verticale sprongen, waarna weer sporthervatting.