31. mrt, 2015

Zondag 29-03-2015

Vandaag zal ik weer terugkeren naar de Putterlaan 177, om er met voldoende voedsel mijn soort van humane winterslaap in te gaan, voor wat betreft de periode buiten het werk in Amersfoort om. In de ochtend ben ik samen met Bibian, want Auke is hockeyen met Linde als trotse moeder. Ik kan toch nog iets voor de familie betekenen door de verbinding van de TV ontvanger met de TV weer tot stand te brengen zodat we uitzending gemist en netflix kunnen kijken. Niet dat we dat doen, want dat was niet de afspraak die we met Linde gemaakt hebben, en aangezien Linde ook deze blog leest hebben we gewoon geen tv gekeken. In de middag na de lunch is Linde met Janna naar een pianoconcert met Misha Fomin, iets waar ik dan wel weer jaloers op ben. Hij speelt Skriabin, Rachmaninov en Prokofiev. Ik zit met Auke en Bibian een brandweerauto, hijskraan en een huis in elkaar te zetten met lego. Niets is gesorteerd en met mijn been kan ik geen kant op zodat het met geen van de projecten echt opschiet, maar dat mag de pret niet drukken. Bibian en Auke zijn ingespannen bezig. Daarna gaan we even een potje kaarten, en wel pesten, en om precies te zijn met speciale kaarten, dat ook wel UNO genoemd wordt. De kinderen noemen het zo hardnekkig “Oeno”, dat ik er met de Hollandse uitspraak “UUNO” niet meer tegenin ga, maar dan ook vraag waarom ze het in het Italiaans of Spaans uitspreken. Dat wisten ze niet en ook niet dat het “1” betekent. Dus besluit ik ze te leren tellen tot 34 in het Frans, Spaans, Italiaans en Duits en dat we niet verder spelen totdat ze het foutloos in deze volgorde van talen kunnen. Waarom maar tot 34? Ik wilde ook nog wat mee krijgen van het wielrennen dat op de achtergrond aan staat. Dan voel ik plots een paar druppels op mijn arm, en ik kijk naar boven en zie dat het dak lekt. Bibian herkent dit, want dit is al een paar keer eerder gebeurd en ze is erg besluitvaardig en zegt dat de bank uit elkaar moet. Ze weet nog enigszins tegengewerkt door Auke de hendels onder de bank te verzetten zodat de bankdelen uit elkaar geschoven kunnen worden en we proberen de bank zover uit elkaar te schuiven dat er geen spetters meer op de bank komen. Tevens klemt ze een emmer tussen de bankdelen. Dan valt ons oog op het tafeltje onder de tv en ook in de buurt van de tv blijkt het te lekken. Nu ben ik ook vrij panisch met in functie zijnde elektrische apparatuur en nattigheid. Even probeert Bibian nog even met een paraplu boven de tv de rampspoed nog wat kracht bij te zetten door de druppels via de aflopende paraplurand te convergeren tot een niet aflatende waterval op het stopcontact van tv ontvanger en tv, waarbij vergeleken de watervallen bij Foz do Iguassu meer weg hebben van het nadruppelen van een met prostaathypertrofie behepte zestiger. In deze kolkende watermassa probeer ik me staande te houden op krukken die op de laagste stand staan, opdat Auke en Janna er ook nog mee konden spelen, zodat ik nu wel met mijn hoofd onder water moet. Terwijl ik me de vege linker knie van het lijf probeer te redden, zie ik uit een ooghoek Auke voorbijzwemmen zich vasthoudend aan een stuk drijfhout dat aanvankelijk het bovendeel van de piano geweest moet zijn. De locatie Badhuis krijgt zo toch ook weer een heel andere betekenis. Terwijl ik me zorgen maak over de nat geworden hechtingen, redt Bibian op ultieme wijze Auke van de verdrinkingsdood.

Goed, de fantasie slaat weer op hol: op aanraden van mij haalt Bibian 2 dunne handdoekjes die ze vervolgens op mijn aangeven op de balkje legt naast het plat dak waar het lijkt te lekken, en het gespetter houdt al vrij snel op. Het is natuurlijk symptoombestrijding en er zal komende week professionele hulp moeten komen, maar het werkt voor dit moment.

Dan belt eerst Roos aan, de vriendin van Bibian, en vervolgens Judith, waarna ik halsoverkop het Badhuis verlaat met toegestopte in te vriezen en op te warmen maaltijden, en andere spullen. Het is inmiddels kwart over vier, en de kinderen kunnen zich onder leiding van Bibian prima redden. De watersnoodramp lijkt zonder ingrijpen van leger en /of marechaussee zich in stabieler badwater te bevinden en ik neem in stijl gehaast en halsoverkop afscheid. Het was me een waar genoekgen om hier een week te hebben mogen logeren. Dan zet ik met Judith koers naar Bilthoven waar Judith als een Florence Nightingale alles zo’n beetje doet, waar ik eigenlijk ook al voordat ik mijn knie blesseerde niet aan toegekomen was. Dat wil zeggen: afwas doen, tas uitpakken, was afhalen en in de kast deponeren, tafels en stoelen herrangschikken, nekharen scheren. En ook herschikken van gordijnen waarvoor ik in het verleden al een keer of wat voor gewaarschuwd had dat je juist dit setje gordijnen niet aan moest raken ter preventie van een vrije val van gordijnroede en gordijnen.. Ik hoor het aan vanaf de bank en het kost een 20 minuten voor het zaakje weer hangt. De pleister wordt door Judith ook vervangen en de nietjes zien er keurig uit, en net even belangrijker nog: een keurige rustige wond, wel nog wat zwelling van de knie, maar ik had ook nog niet anders verwacht. De knieschijf lijkt godzijdank op de normale hoogte te zitten, want elke knoep in de buurt van de knie had ik eerder al toegeschreven aan het losschieten van de ankers waaraan de pees in de knieschijf zat. Angst of woede sloeg ik volgens “de posttraumatische fasen theorie volgens Te Boekhorst” over om direct in de berusting te schieten. Maar… qua doemdenken en dramaturgie, ik dacht dat ik erg was, maar het kan nog erger: Judith vroeg waar de rest van de fraxiparinespuitjes waren want ze had geen zin in het doodsimpele feit dat ik 2-3 dagen na het laatste fraxiparinespuitje met een longembolie op de SEH zou komen. Nog een paar koppen thee, en dan gaan we wat eten in Utrecht. Het is nog lastig om naast de bestuurdersplek te zitten op ontspannen wijze met een gestrekt linker been. Het past allemaal net niet, waardoor je net iets hoger dan het zitvlak van de stoel wilt hangen. Lastig en het scheelt met een paar kussentjes onder het achterwerk. We gaan eten bij Parkzicht en de auto kan ook nog eens vlakbij staan. Binnen is het aardig druk en gewoon aan een tafel zitten met het linker been in de spalk blijft een beetje onhandig. Di ga ik uiteraard wel doen, hoewel het personeel superaardig is als ze me met mijn krukken naar het toilet zien hannessen. Irritant ook dat die deuren met van die zware springveren zo moeizaam openen en zwaar en snel dichtvallen. We drinken eerst een Spaanse rode wijn van garnachadruiven die prima bevalt, daarna besluiten we tijdens het hoofdgerecht voor een Franse rode wijn met merlot en shiraz, op zich ook een heerlijke wijn maar iets minder nadronk dan de eerste en we hebben spijt dat we het niet omgedraaid hebben, maar goed. Nu besluit ik een stoel erbij te trekken en het onderbeen op de stoel te leggen en vraag en passant of de bediening het OK vindt. Ze vinden het geen enkel probleem. In het gezelschap achter ons ziet Judith een man de spaghetti in 1 keer naar binnen proppen bij onvermogen om de portie te verkleinen met een mes. Ongeveer een half uur later, wanneer er al een tijdje een groter gezelschap is aangeschoven, horen we een kerel melden dat hij liever een endoscoop (of mogelijk ethmoscoop (maar weet niet of dat bestaat en het lijkt me ook pijnlijk als je een apparaat in je neusbijholte stopt)) dan een stethoscoop op zak heeft. Nou, dat is het teken om de dessertkaart te vragen: niet omdat we een toetje willen maar even kijken wat er is. Vervolgens kiezen we voor koffie en dan ruimen we het veld. Op weg naar de auto wordt Judith gebeld , terwijl ze voor mij het rechterportie opent, ze drukt het portier hierbij zo ver open dat, wegens het schuin wegzakken van de auto op de zeer bol lopende klinkerweg , het portier met de onderrand een eindje over het trottoir schraapt. Terwijl Judith luistert naar verhalen over mensen die gaatjes in de grote lichaamsslagader hebben door reanimaties die juist wel of niet hadden moeten plaatsvinden en iemand met een onder/achterwandinfarct van het hart die met niet goed werkende organen door te weinig doorbloeding door te weinig pompkracht van het hart bij de cardiologie ligt, probeer ik de kans in te schatten dat we hier wegkomen met het rechter portier nog aan de auto. Na het telefoongesprek kunnen we vertrekken en Judith gooit met een zelfde geschraap gewoon de deur dicht. Ik moet aan de gordijnen thuis denken. Sommige vrouwen hebben dat: zoiets van “dat moet toch functioneren”, “het is toch niet normaal dat die deur niet dicht zou kunnen?” of “waarom hangt dat gordijn nog op een kier?”, en mollen daarmee alles wat los en vast zit, letterlijk in dit geval (het gordijn met de roede zat los en de deur zat redelijk vast op de stoep).

Na thuisgebracht te zijn en nog een paar koppen thee met een goed gesprek, gaat Judith huiswaarts en besluit ik vroeg onder de wol te gaan.