13. apr, 2015

zondag 05-04 (Texel) tot en met zondag 12-04 (marathon R'dam)

Zondag 05-04-2015

De voorbereidingen voor de 60 van Texel zijn in volle gang, althans in ons huisje. Druk gespeculeer van Ruud en Martijn over tijden die iedereen mogelijk zou kunnen lopen, waarschijnlijk zal lopen en in het slechtste geval loopt. Bart Luik zal het team van Ruud, Martijn en Paul completeren. Lia heeft een damesteam met Sandra, Manon en Floortje, en de laatste zal vanavond bij ons in het huisje blijven slapen.

Ik weet me nog prima met een leesboek te vermaken, maar gezien het schitterende weer met veel zon, begint het behalve letterlijk onder het gips ook figuurlijk nogal te kriebelen. Buiten gezeten met Lia en Paul, ontstaat er een heel schouwspel met 1 mannetjesfazant en 2 vrouwtjes (ook fazanten). Ik heb geen verstand van de bronstperiode van fazanten maar we zitten er midden in begrijp ik uit dit gebeuren. De vrouwtjes proberen zich uit de veren te maken als het mannetje met een metaalachtig rauw geluid (zo staat het op wikipedia beschreven en we kunnen bevestigen dat dit klopt) de aandacht op zich vestigt, met tevens felrode wangen en blauwe lellen blaast hij zijn verentooi op. Hier zou de vrouwtjesfazant dus op vallen… in theorie…

In werkelijkheid weten de vrouwtjes niet hoe snel ze weg moeten lopen en het mannetje loopt onverwijld voor ons huisje langs tot zijn oog op Lia valt.. Nu vind ik dat je Lia met allerlei diersoorten zou kunnen verwarren, maar een fazant, daar had ik nog niet aan gedacht. Met vereende kracht weet ik gebruik makend van de kruk om Lia te ontzetten uit de houdgreep van de fazant.

Toch enigszins aangedaan besluit Lia het middaglosloop programma wat in te korten. Tevens bewapend met mobiel zodat ze ons kan oproepen in geval mannetjesfazanten haar lastig vallen, trekt ze ten strijde voor haar loslooprondje van 8 km.

Intussen zit ik vanuit het huisje aan te kijken tegen een talud, waar ik meerdere keren Ruud van Suijdam en Martijn tegenop heb zien klauteren en je de idee krijgt dat je er uitzicht op zee zou kunnen hebben. Ik weet toch redelijk gemakkelijk de aandrang te onderdrukken om met krukken het talud op te strompelen. Lia weet me later te vertellen dat er bovenop helemaal niets te zien is behalve huisjes van het park.

Tegen het einde van de middag komt Floortje, onderdeel van het team van Lia bij ons aan; zij zal de nacht voor de wedstrijd bij ons in huis doorbrengen. Het imponeergedrag dat ik in de ochtend tussen fazanten onderling en fazant versus mens heb gezien, zie ik nu moeiteloos gekopieerd worden door een deel van de mannetjes bij ons in huis. Ik probeer me ondank de overvloedige hoeveelheden testosteron die in mijn lijf momenteel nutteloos rondgieren hiervan te distantiëren.

In de avond na het eten arriveren ook Manon en Sandra om zich aan te sluiten bij Lia en Floortje en de wedstrijdtactieken en het vervoersschema met Ruud van S door te nemen. Der Anschluss gaat gepaard met zo’n gekakel en metaalachtig rauw geluid, dat het de fazanten uit de wijde omtrek wegjaagt. Wij, mannen, komen niet meer aan een gesprek toe en zitten, luisterend naar het zenuwachtige gekakel, beduusd voor ons uit te staren. Af en toe komen verstaanbare termen voorbij als “startnummer”, “toilet”, “droge spullen”, “natte spullen”, “auto”, “wedstrijdstress” maar ook de woorden “wie”, “wat” en “waar”. De dames Manon en Sandra verlaten het hok weer waarop de rust plots weer keert, het is vrij duidelijk wat het reactiemengsel explosief maakt.  

Maandag 06-04-2015

De dag van de wedstrijd… voor de anderen althans. Het is raar zelf geen enkele wedstrijdspanning te bemerken tussen het heen en weer geren van de anderen tussen toilet/douche, keuken en slaapkamer. Ik probeer me op een vaste plek in de woonkamer te begeven, zonder iemand in de weg te zitten. Straks word ik opgehaald door Ruud Moelands met Nieke die me dan naar de start vervoeren en vervolgens naar wisselpunt 1 om me vervolgens op de Stay-Okay af te zetten. Terwijl iedereen behalve Martijn de tent al verlaten heeft, ruim ik gewapend met de sleutel van het huisje zo goed en kwaad als het gaat mijn beddegoed op en mijn tas in zodat straks  na afloop van deze dag ik direct met Ruud van Suijdam meekan in de auto. Ruud Moelands en Nieke arriveren en we kunnen vertrekken om te kijken vlakbij het vertrek. Dit wordt mijn eerste langere wandelervaring met krukken, dat wil zeggen ongeveer 1,5 km aan een stuk, en dat met aanmoedigingen voor de lopers die we in de eerste kilometer van hun etappe tegemoet gaan. Lia zit redelijk voorin, Ruud iets meer van achteren. Bart fietst mee. Verder zie ik aan bekenden nog Werner Halter en Hans Rebers, die met een vriendenteam meedoet. Bij het volgende wisselpunt zie ik nog een paar bekenden, het bekende hectische gedoe rondom een wisselpunt, Hans die binnenkomt redelijk voorin het veld, Lia kort erachter (in 1u2 min) en Ruud tevreden na 1u15 min. Lia raakt behoorlijk onderkoeld en mist warme spullen naar mijn inzicht. Het duurt even voordat we weer weg zijn. Mijn knie begint wat gevoeliger te worden en het is een goed plan om bij de Stay Okay afgezet te worden en daar even een boekje te lezen. Dus Ruud en Nieke zetten me daar af, ik krijg nog te zien waar boer Jan woont, en dan zit ik nog een laatste koffie met Ruud en Nieke te drinken voordat ze richting de boot gaan en terug naar huis. Ik zal even blijven bivakkeren bij de finishplaats. Na een paar uur hoor ik de speaker over de binnenkomst van Iwan Kamminga en Pascal van Norden en ik heb eigenlijk totaal geen zin te gaan kijken, hoewel ik daar normaal gesproken toch geen problemen mee heb, als ik even geblesseerd ben. Ik zie even later wat bekenden, waar onder Ralph Apeldoorn die 5e is geworden, toch een prachtige prestatie. Ik loop met mijn krukken naar buiten en wordt door allerlei mensen nogal meewarig aangekeken. Ik zie David Hemstede, en Pascal van Norden even en hun gezichten zien er vermoeiduit wat na 60 km ook volkomen logisch is. Pascal heeft echt een superprestatie neergezet met 4 uur rond. Om van Iwan Kamminga maar niet te spreken (3 uur 59 min). Ook ben ik onder de indruk van de prestaties van Huub van Noorden en Tim Pleijte (3e en 4e). Dan de binnenkomst van het damesteam van Lia met op de slotetappe Sandra de Jonge. Indrukwekkende verbetering van het parcoursrecord! 4u14 min is geloof ik de nieuwe tijd. Ze zijn ook ruimschoots voor het mannenteam geëindigd. Ik klets nog wat met Jan Aarnoutse, zijn vriendin Elske, Jasper Commandeur en Jelle van de Poel, toch leuk om ze ook even te zien en spreken. Daarna nog de huldiging van de dames en dan terug naar het huisje in de auto met Ruud en Lia. We proberen vervolgens om 19.00u de boot te halen terug naar Den Helder. Door familie-omstandigheden rijdt Lia ook al met Ruud terug naar Utrecht. We halen op het nippertje de boot ondanks allerlei vertragende manoeuvres van de chauffeur voor ons. Dat scheelt in ieder geval een uur. We eten nog wat in een wegrestaurant, om vervolgens weer door te rijden naar Bilthoven. Daar staan om kwart voor tien Peter Spannring, Inge van t Veer, Leon Graumans en Caroline Botman klaar om even een biertje bij me thuis te drinken. Erg gezellig en leuk!

Het einde van een compleet verzorgd weekend. Ik weet alleen niet of ik de confrontatie met hardloopwedstrijden nu nog vaak aan zal kunnen, maar we gaan het vanzelf merken.

Zondag 12-04-2015

Na een met moeite naar binnen gewerkt ontbijt en gedoe om een volle mok koffie op de tafel bij de bank te krijgen. Dit gaat een beetje naar analogie van de eerder beschreven douche-actie: via de grond schuivend met een sierlijke zwaai, stukje met krukken lopend, mok verder schuivend met een royaal gebaar (zodoende ettelijke meters afleggend). Uiteindelijk heb ik dan post gevat achter de televisie. De voorbeschouwing van de marathon van Rotterdam is zo’n beetje achter de rug met aandacht voor Abdi Nageeye en Miranda Boonstra. De voortvarendheid en het jonge hondengedrag van Abdi wordt nogal benadrukt. Dit ergert me licht, want zonder durf win je nooit is mijn mening. De start wordt gelardeerd door de onvermijdelijke keelklanken van Lee Towers met “You never walk alone”. Ik moet weer beetje terugdenken aan 2012 de laatste keer dat ik in Rotterdam liep, toen in dienst van Heleen Plaatzer, wat toen uitzonderlijk makkelijk ging.

En dan de start met James Kwambai, Bernard Koech, Abere Kuma, Jonathan Maiyo, Ayele , Mark Kiptoo en Feyisa Lilesa, Mergersa Bacha, en in de tweede groep Abdi Nageeye, en in de derde groep Michel Butter. Ik hoop natuurlijk dat Bernard wint, toch nog persoonlijke genoegdoening. Miranda zie ik samen met Noel en Stefan van de Broeck langszeilen in 34.58s op 10 km, keurige doorkomst 40m achter de kopgroep bij de dames. In hetzelfde groepje Koen Henkes, Pip Tesselaar en Pim Quist. Ik vraag me ook direct af hoe het met Wim Nieuwenhuijse gaat, voor wie ik de schema’s verzorg. De onvermijdelijke praatjes over de “derde loopgolf”, niveau van tegenwoordig, en de voorbereidingen qua eten, drinken enzovoorts. Abere Kuma wint, Bernard Koech lijkt helaas tevoren al zijn krachten verschoten te hebben. En dan even later wordt het duidelijk dat Abdi de limiet voor Rio niet gaat halen. Wel overduidelijk Nederlands kampioen met een heel knappe tweede plaats voor Michel Butter met een mooie terugkeer aan het firmament met 2.14.01. Het zoeken naar onzinnige verklaringen volgt dan: Abdi te onstuimig gestart, de hazen deden het niet goed, Abdi had harder door moeten trekken. Het toont eigenlijk des te meer dat een prestatie niet op bestelling komt, maar dat hoor je niet zeggen, hoewel Kamiel Maasse af en toe een poging doet om dit duidelijk te maken. En dan Miranda: ze heeft last van kramp gekregen en eindigt een kleine 4 minuten boven de limiet, een tijd die ze 3 jaar geleden wel gehaald zou hebben met haar 2.27.32. Zelf is ze nog behoorlijk opgewekt en terecht vind ik, want het is toch nog een behoorlijk goede tijd. Maar er moet weer gezeikt worden door de verslaggeving en een verklaring gevonden worden voor het niet halen van de limiet. En die is gemakkelijk gevonden: de leeftijd. “Op 42- jarige leeftijd moet je je toch afvragen of je op niveau kunt blijven”. Ik denk dat je je in deze helemaal niets af moet vragen, want de reden dat Miranda haar PR verbeterde op 40-jarige leeftijd is niet omdat ze naar de “wijze raad” geluisterd heeft van de heren van de verslaggeving, maar door haar eigen impuls te volgen. Dus houd je bek, doe de verslaggeving ontdaan van elke eigen interpretatie tenzij je echt verstand van zaken hebt. Kamiel probeert met zijn spaarzame opmerkingen wel nuance in de zaak te brengen maar ik vrees dat het bij het grotere publiek niet over komt.  

Ik word tijdens de wedstrijd overspoeld door melancholische gevoelens van “zal ik ooit weer kunnen hardlopen”, ik hunker weer naar soepel 3m30 per km kunnen draaien. Geparkeerd naast de samenleving beweeg ik me met krukken naar het toilet, waar ik tot overmaat van ramp over de rand van het toilet heen pis, omdat de straal zich bij mij volkomen onvoorspelbaar soms niet en dan ineens weer wel in 2-en splitst.

Ik vraag me af hoe het met Pim is, en met Wim. Pim heb ik bij de doorkomst bij 25 km niet meer in het groepje met Miranda gezien. Nu sijpelen de gedachtes aan mensen binnen die ook dus relatief anoniem meelopen in Rotterdam.

Ik zie op facebook dat iemand aan het zeiken is over een schrammetje opgelopen bij een valpartij rennend in het bos. Dat trek ik slecht, terwijl ik hier een jaar niet kan hardlopen en het de vraag is of het ooit weer zal kunnen. Ik vind momenteel dat veel mensen notoire zeikerds zijn die niets meegemaakt hebben en tegenslagen daarom ook erg slecht kunnen verwerken. De ouders worden ziek als het “kind” zelf net de 35 jaar gepasseerd is; wake up: mijn pa was al hartstikke dood toen ik net 19 geworden was, daar heb je me ook nooit over horen zeiken! Waar hebben we het over? En denk je dat ze in Somalië zulke problemen kennen? Dat ze daar op facebook zetten dat ze in een doornstruik zijn gestapt met hun teen. Ze zijn al blij dat niet hun hele familie maar slechts voor 90% door rebellen of regeringsleger is uitgemoord! Daarbij vergeleken is mijn knietje ook een luxeprobleem, überhaupt dat ik de mogelijkheid heb om het te laten opereren. Dus ik houd er ook over op.

Mijn invoelend vermogen daalt zo nu en dan tot 0 deze dagen. Ik zit wezenloos voor me uit te staren in het niemandsland op televisie tussen Rotterdam en Parijs-Roubaix, ik heb het geluid uitgezet. Ik voel me uitgenast (zou Mart Smeets kunnen zeggen). Het is klaar, het is over. Het leven voelt eens te meer als een stapel zelf bedachte belangrijke momenten om “naar toe te leven”, zoals verjaardagen, weekendjes, vakanties, cursussen ter vermeerdering van je kennis, kunde, en plezier. Huwelijk, kinderen en begrafenissen worden door ons herkend als zelf bedachte markeringspunten, maar  de vraag is in hoeverre we van een willekeurige diersoort verschillen met een min of meer beperkte levensduur ter wereld gekomen en gedoemd om relatief binnenkort te sterven.

Op dat moment is er een interview met Niki Terpstra waarvan ik bewust het geluid uit laat staan. Een heel zinvolle bijdrage aan deze overpeinzingen van mij op hoog niveau zal die jongen toch wel niet kunnen leveren. Ik zap nog naar eurosport voor de marathon van Parijs, maar die is natuurlijk ook allang afgelopen.

Dan gaat 13.15u de deurbel en Judith is er om me op te halen, het huis uit te sleuren en op mijn verzoek het strand op te zoeken. Ik moet even schakelen net als de renners overigens op de zoveelste kasseistrook. Ik heb al niet zo’n zin om de wedstrijd af te kijken, het is nog 95 km. Judith vertelt over de power workout die ze die ochtend nog gedaan heeft. Na een kop thee vertrekken we richting Katwijk, terwijl ik achterin gelegen probeer niet wagenziek te worden. Judith en ik willen een stukje over het strand lopen en ik kijk toch al wel uit naar een beetje volharding en vermoeidheid van het lijf al is het dan met de armspieren en de rechter bil.  Intussen heb ik berichten  binnen: Koen Henkes 2.32 (PR met 10 sec) en Wim 3.06 (14 minuten van zijn oude PR af), Tjeerd Popkema 2u36m. Leuk!! Ik probeer een tijd te zetten op strandopgang Katwijk via asfalt, 10% naar beneden, op krukken neer te zetten. Denk niet dat er iemand in geïnteresseerd is, maar 1m 6.31 sec, staat op Strava. Is ook een track record zag ik: een 80-jarige man met 1 stok, een vrouw van 72 met rollator waren langzamer dan ik in resp. 1.08.51 en 1.10.27.

Je moet wat. Het is hard werken tegen de wind in met krukken. Maar het wordt nog zwaarder, ik wil toch eigenlijk ook echt het strand op en de krukken boren zich zo’n 20 cm in het zand waardoor mijn linker voet soms onvoorbereid toch erg hard kan gaan steunen op de ondergrond. Dus ik schuif de krukken 2 gaatjes langer waardoor ik sowieso met de linker voet blijf zweven en in een soort repetitieve fierljep modus over het strand heen zwier in een vast ritme zodat Judith een rustig wandeltempo kan handhaven zonder in te hoeven houden. Het inmiddels niet meer zo zoute zweet parelt uit de oksels en nog een beetje uit alle poriën na aanvankelijk nog op zilte overvloedige wijze uit de oksels gegutst te hebben. Een onherroepelijk teken van nakende uitdroging. Zo moet het dus een beetje aanvoelen als je al 5 uur hebt lopen ploeteren door de woestijn tijdens de marathon des Sables. Ik smacht naar een kopje rehydrerende koffie in een strandtent maar durf het niet te opperen want we zijn pas 15 min bezig. Maar weer 10 min verder zie ik het laatste strandtentje links opdoemen voordat we een verre dorre vlakte met het grote Niets opstruinen, en ik probeer dan voorzichtig met gebarsten mondhoeken en vrijwel gebroken ogen mijn koffiebehoefte aan te kaarten. Judith zegt dat ze me niet verstaat en dat ik zo’n rare stem heb. Met mijn laatste krachten beweeg ik mijn vervellende wijsvinger in de richting van de vermeende strandtent, maar het blijkt een fata morgana. Met vereende krachten beweeg ik me over het zand in de richting die Judith m wijst naar iets wat wel een koffietent blijkt te zijn. Weer de hogere stand van de krukken kiezend vanwege het wegzakken, weet ik het terras te bereiken, aangestaard door andere bezoekers. Lekker vol in de wind en in de zon zitten we op een plek waar het ook zeer snel blijkt af te koelen. Het is ook altijd wat, hoor ik mensen denken, en dat klopt. Ook hierin toont de marathon des Sables overeenkomsten met wat ik hier op het strand in Katwijk doormaak. Ontberingen in de hitte overdag en na afloop na zonsondergang de kou. Naast ons zitten vriend en vriendin en bijna onafgebroken is zij aan het woord. We horen het gesprek zonder echt te luisteren. Bijzonder tafereel.

Ik moet op dat moment direct denken aan de telefonische afspraak afgelopen vrijdag met de orthopeed. Hij belde me terwijl ik bij de fitness zat, en hij vertelde me dat hij zich bij mijn type sporter vooral zorgen maakte over de eerste 3 maanden waarin door teveel spieractiviteit van de quadriceps de knieschijf hoger getrokken wordt, waardoor de patellapees teveel uitrekt en er uiteindelijk een patella alta (hoogstand van de patella) resteert. Dus dat het van eminent belang is dat ik in de eerste 12 weken enorme atrofie van de quadriceps nastreef. Dat is een logisch verhaal en terwijl hij dat zei ging ik van het leg press apparaat af waar ik, net voordat hij belde, tijdelijk de spalk af gedaan had en 100 kg 1-benig met links had zitten wegdrukken, om even uit te proberen. Hij vertelde ook dat hij gekozen had voor een interne fixatietape en niet voor de Mc Laughlin cerclage om de patella naar beneden vast te zetten op het scheenbeen. Deze breekt vee l minder snel dan een hechting, en zal misschien de buiging van de knie meer beperken en als dat zo is, kan die later met een eenvoudige ingreep doorgeknipt worden. Maar dat wachten we dan wel af.

Terug naar het tafereel op het terras vroeg ik me dus ook af of zo’n interne fixatietape niet ook gebruikt kon worden om een hoogstand van de bovenlip van de vriendin te voorkomen. Maar haar vriend lost het op door enkele malen een toiletbezoek af te leggen of in ieder geval te veinzen.

Na een paar goede en een paar luchtige gesprekken, lekker uitgewaaid lopen we naar een andere strandtent om een hapje te eten en vervolgens rijdt Judith me terug naar Bilthoven. Heerlijke afsluiting van een dag met een wat moeizamer begin.